Spoor 2 haalbaarheidsonderzoek
Wanneer een medewerker onder Spoor 2 valt — wat betekent dat het UWV regie heeft over reïntegratie — ontstaat een kritische vraag: is reïntegratie werkelijk haalbaar? Arbeidsdeskundige rapporten wijzen soms op minimale of twijfelachtige mogelijkheden op de arbeidsmarkt. In deze situaties is het onverstandig zomaar een reïntegratietraject in te zetten. Dit verspilt middelen en creëert valse hoop bij medewerker en werkgever.
Een Spoor 2 haalbaarheidsonderzoek geeft uitsluitsel. Het bepaalt realistisch of reïntegratie mogelijk is en onder welke voorwaarden. Dit beschermt alle partijen: u zet geen traject in dat weinig kans van slagen heeft, de medewerker krijgt realistische verwachtingen, en het UWV heeft een solide onderbouwing voor verdere stappen. Dit is dus voorkoming van verspilling en slimme investering.
Verloop
- Intake en vraagstelling — Bepaling van waarom haalbaarheid twijfelachtig is; wat zijn de kernvragen voor het onderzoek?
- Persoonlijk gesprek — Gedetailleerd gesprek over arbeidshistorie, huidige capaciteiten, beperkingen, interesses, persoonlijkheid en wat medewerker zelf realistische mogelijkheden acht
- Diverse onderzoeken en tests — Combinatie van onderzoeken en tests
- Analyse tegen arbeidsmarkt — Afzetting van bevindingen tegen werkelijke mogelijkheden op de arbeidsmarkt: wat zijn realistisch haalbare functies en sectoren?
- Uitgebreid rapport met bevindingen — Rapportage waarin wordt uiteengezet:
- Bevindingen van onderzoek
- Realistische mogelijkheden op de arbeidsmarkt
- Haalbaarheid van Spoor 2 reïntegratietraject (ja/nee, en onder welke voorwaarden)
- Advies over vervolgstappen (verdere reïntegratie, anders traject, of andere route)
- Ondersteuning UWV-aanvraag — Rapport kan worden gebruikt als onderbouwing bij aanvraag van deskundigenoordeel bij het UWV
Afronding en voordelen
U ontvangt helder inzicht: is Spoor 2 reïntegratie werkelijk haalbaar of niet? Dit voorkomt investering in trajecten die weinig perspectief hebben. Voor de medewerker betekent dit realistische verwachtingen en duidelijkheid over mogelijke vervolgstappen — of dat nu reïntegratie is of een ander traject.
Voor werkgever en casemanager biedt het houvast: u maakt beslissingen op basis van feiten, niet vermoedens. En voor het UWV geeft het een solide onderbouwing voor verdere stappen, wat het deskundigenoordeel sterker maakt. Dit is dus voorkoming van vals optimisme en slimme regie op reïntegratie — middelen gaan naar situaties waar werkelijk kans van slagen is.
INTERVENTIE AANVRAGEN
